Hybride werken is formeel erkend als bevorderlijk voor de productiviteit, in de eerste grote empirische studie van Nicholas Bloom van Stanford University. Daarom leek het ons passend om in ons eerste whitepaper te onderzoeken hoe hybride werkplekstrategieën in de praktijk betrokkenheid en tevredenheid van medewerkers, een efficiënte bezetting en de doelen van de organisatie kunnen opleveren.
Ondanks die erkenning van hybride prestaties hebben veel organisaties de afgelopen tijd generieke terugkeermandaten ingevoerd, met twijfelachtige effecten, zoals blijkt uit een studie van de Katz Graduate School of Business.
Het probleem is dat de essentiële vragen zelden gesteld worden: wie moet er op kantoor zijn, waarom en wanneer? Hybride werken kent geen eenheidsmaat, terwijl generieke mandaten daar wel van uitgaan. Sommige medewerkers hebben een heel statisch werkprofiel met weinig impact en weinig onderlinge verbindingen; zij kunnen zonder productiviteitsverlies meer tijd buiten kantoor doorbrengen. Anderen moeten juist meer op kantoor zijn om de vijf C's te leveren: collaboration, connection, culture, creativity en camaraderie.
Maar dat is maar een deel van het verhaal. Ook de psychometrie, de persoonlijkheid en de persoonlijke omstandigheden van het individu spelen mee.
Bij Workplaced brengt onze logica al deze componenten samen tot een individueel en geoptimaliseerd profiel, wat wij de hybrid balance noemen, binnen de context en cultuur van een specifieke organisatie. We kunnen medewerkers ook een workplace passport geven, dat overdraagbaar is bij een verandering van kantoor of omstandigheden.
Ons eerste paper bespreekt recent onderzoek naar hybride werken als context bij onze mensgerichte en datagedreven aanpak van hybride werkplekstrategie. Het laat zien hoe onze samenhangende logica en methodiek werkplekoplossingen opleveren, gevoed door het totaal van persoonlijke hybrid balances, waarin data over activiteiten, connectiviteit, psychometrie, sentiment en mobiliteit van een medewerker samenkomen binnen een gedefinieerde organisatiecultuur.