Het open kantoor wordt al geruime tijd toegepast in werkplekontwerp. Het beloofde samenwerking, transparantie en kostenefficiëntie. Maar naarmate organisaties volwassener worden in hun hybride strategie en medewerkers een omgeving eisen die hun manier van werken echt ondersteunt, is het gesprek verschoven. Bestuurders stellen nu een scherpere vraag: voldoet het open kantoor nog, of is Activity‑Based Working (ABW) de slimmere route?

Werkplekstrategen zien in alle sectoren hetzelfde patroon: de meest succesvolle omgevingen onderscheiden zich niet door hun uiterlijk, maar door inzicht in gedrag, operationele helderheid en een ontwerpstrategie die aansluit op echte werkpatronen en bedrijfsdoelen. Laten we beide modellen uit elkaar halen en kijken wat er werkt:

Wat is een open kantoor eigenlijk?

Het open kantoor wordt vaak misverstaan als "één grote ruimte met bureaus". In feite hoort het een omgeving met één modus te zijn, gebouwd rond zicht op elkaar en nabijheid. De sterke punten zijn:

  • Hoge werkplekdichtheid
  • Lage inrichtingskosten
  • Eenvoudig te herindelen
  • Reuring en energie

Daar staan goed gedocumenteerde nadelen tegenover:

  • Geluid en afleiding
  • Weinig privacy
  • Slechte ondersteuning van geconcentreerd werk
  • Een "one‑size‑fits‑none"-ervaring

Open kantoren werken het best als het werk zelf samenwerkend, snel en onderling verweven is: denk aan salesvloeren, creatieve studio's of jonge ondernemingen.

Wat is Activity‑Based Working?

Activity‑Based Working is geen meubeltrend. Het is een op gedrag gebaseerd werkmodel dat mensen laat kiezen uit werkplektypen die passen bij de taak van dat moment. Een goed ontworpen ABW-omgeving bevat doorgaans:

  • Focusruimtes
  • Samenwerkzones
  • Projectruimtes
  • Sociale hubs
  • Stille bibliotheken
  • Touchdownplekken
  • Vergaderruimtes die geschikt zijn voor hybride overleg

Het doel is eenvoudig: laat de omgeving aansluiten op de activiteit.

Goed uitgevoerd levert ABW op:

  • Hogere productiviteit
  • Meer autonomie voor medewerkers
  • Sterkere verbinding tussen teams
  • Efficiënter ruimtegebruik
  • Een werkplek die meebeweegt met de organisatie

ABW slaagt alleen met:

  • Heldere gedragsafspraken
  • Verandermanagement
  • Voorbeeldgedrag van leidinggevenden
  • Digitale middelen die mobiliteit mogelijk maken

Zonder die basis wordt ABW al snel rommelig, verwarrend en onderbenut.

Welk model presteert beter?

De eerlijke conclusie: geen van beide modellen is in alle gevallen "beter". De juiste keuze hangt af van de cultuur, de werkpatronen en de strategische doelen van je organisatie.

Een open kantoor werkt het best als

  • Het werk sterk samenwerkend en gelijktijdig is
  • Teams baat hebben bij voortdurend zicht op elkaar
  • Snelheid zwaarder weegt dan privacy
  • De organisatie klein of jong is
  • Kostenefficiëntie voorrang heeft

ABW werkt het best als

  • Het werk wisselt tussen focus, samenwerking en hybride overleg
  • Teams autonomie en flexibiliteit nodig hebben
  • De organisatie groeit of zich verbreedt
  • De medewerkerervaring een strategische prioriteit is
  • Hybride werken is ingeburgerd

De meeste middelgrote en grote organisaties vinden ABW inmiddels beter aansluiten op moderne werkpatronen, zeker nu hybride de norm wordt, maar het werkt het best bij onderling vertrouwen en breed draagvlak.

Wat we in de praktijk zien

In onze werkplekstrategieprojecten komen steeds dezelfde thema's terug:

  1. Geconcentreerd werk blijft de meest onderbediende behoefte.

    Ook in samenwerkingsgerichte culturen hebben mensen rustige, beheersbare plekken nodig om werk af te leveren en digitaal contact te houden, juist in deze hybride wereld.

  2. Hybride werken heeft "een vaste werkplek voor iedereen" achterhaald gemaakt.

    Bezettingsdata rechtvaardigen zelden nog een klassieke kantoortuin waarin iedereen een eigen plek claimt. Wil je dat toch, dan heb je andere maatstaven nodig dan kosten om die keuze te onderbouwen.

  3. Mensen waarderen keuze, maar alleen als die vanzelfsprekend is.

    ABW mislukt bij slecht benoemde, slecht gesitueerde of slecht bestuurde ruimtes. Mensen moeten ook aan de afspraken herinnerd worden, anders keert oud gedrag terug.

  4. Cultuur bepaalt het succes meer dan meubilair.

    De beste werkplekstrategieën worden samen met teams ontworpen en onderbouwd met echte, betekenisvolle data, in plaats van van bovenaf opgelegd.

Dus… wat kies je?

Ontwerp je een werkplek voor nu en de jaren daarna, dan raden we deze strategische blik aan:

  1. Begin bij gedrag, niet bij plattegronden.

    Zoek uit hoe je mensen werkelijk werken en wat ze nodig hebben om productief en comfortabel te zijn, in plaats van hoe je denkt dat ze werken.

  2. Ontwerp voor flexibiliteit, niet voor trends.

    Je werkplek hoort mee te bewegen met je organisatie. Waarom wachten tot het einde van je huurcontract om bij te sturen? Blijf de veranderingen voor, voordat de werkplek het werk gaat tegenwerken.

  3. Geef ergonomische en psychologische veiligheid voorrang.

    Mensen leveren hun beste werk als ze grip hebben op hun omgeving en zich er prettig voelen.

  4. Behandel hybride als uitgangspunt, niet als uitzondering.

    Ruimtes moeten soepele samenwerking tussen digitaal en fysiek mogelijk maken. Ook als je mensen vijf dagen per week vraagt te komen, speelt het meeste werk zich online af.

  5. Meten, bijstellen, verfijnen.

    Werkplekstrategie is een levend systeem, geen eenmalig project. Houd het actueel en blijf data verzamelen.

Waar het op neerkomt

Het open kantoor is niet dood, maar het is niet langer de standaardkeuze. Activity‑Based Working biedt een wendbaarder, menselijker benadering die aansluit op de realiteit van hybride werken en op wat hedendaags talent verwacht.

De organisaties die vandaag winnen, behandelen werkplekstrategie als een bedrijfsinstrument en niet als een ontwerpoefening. Zij bouwen omgevingen die focus, samenwerking, welzijn en cultuur ondersteunen, omdat ze weten dat op de werkplek meer gebeurt dan werken: daar worden identiteit, verbondenheid en prestatie gevormd.